Doelstelling

Net als de meester verenigingen heeft Gilde Sint Joris zijn belangrijkste doelstellingen vastgelegd in een notariele akte. Bij het vastleggen van doelstellingen en bepalingen is uitgegaan van de bedoelingen van de oprichters van het gilde in 1542. Het kan natuurlijk niet anders dan dat er in ruim 400 jaar qua opvattingen heel wat veranderd is. Met deze gewijzigde maatschappelijke omstandigheden is natuurlijk, waar mogelijk en wenselijk, rekening gehouden bij de opmaak van de statuten. Het zou te ver voeren om alle bepalingen op deze websute te publiceren, maar een aantal essentiele bepalingen willen wij niet onvermeld laten

 

Artikel 3.

Het gilde stelt zich ten doel de schuttersgilden in stand te houden en in aanzien te doen toenemen, de gildegeest en gildetradities in hun volle omvang en het gildewezen in de breedste zin te veredelen en tot bloei te brengen, rekening houdend met de eigentijdse omstandigheden en daardoor in overeenstemming met de bedoelingen van de oprichters en stichters der gilden, in het belang der gilden werkzaam te zijn onder handhaving en met behoud van haar karakter, hetwelk zij van hun oorsprong hebben gehad. Onder gildegeest wordt begrepen onderlinge broederschap, solidariteit en dienstbaarheid aan kerk, vaderland en samenleving.

 

Artikel 4.

Het gilde tracht dit doel te bereiken door: a. het beoefenen van de kunst van het kruisboogschieten en andere gilde-eigen activiteiten. b. het bevorderen van vriendschap, waardering en respect voor elkaar en voor de medemens. c. het houden van een jaarlijkse teerdag. d. het periodiek koningschieten e. het verwerven van een maatschappelijke positie door het leggen van contacten en het samenwerken met overheden, verenigingen, instellingen en individuen buiten het gilde. f. het houden van onderlinge wedstrijden, vergaderingen, evenementen en andere bijeenkomsten. g. het deelnemen aan wedstrijden, vergaderingen, evenementen en andere bijeenkomsten, welke door andere gilden of overkoepelende organen worden georganiseerd. h. het bevorderen van de bloei van het gildewezen in het algemeen. i. het bestuderen en archiveren van al hetgeen betrekking heeft op het gildewezen. het behouden, bewaren en conserveren van waardevolle documenten en attributen.

 

Artikel 6.

1. Het gilde kent: a. gewone leden; b. ereleden; c. ouderlingen; d. aspiranten; e. jeugdleden; 2. Gewone leden zijn natuurlijke personen die, op het moment van aanname door de overheid, de zestienjarige leeftijd hebben bereikt, door de algemene vergadering als zodanig zijn aangenomen en bij hun installatie hebben verklaard alle verplichtingen, die volgen uit deze statuten, de caert en andere door de algemene vergadering vastgestelde voorschriften of bepalingen te zullen nakomen en vervullen. 3. Ereleden zijn gewone leden, die zich op een bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor het gilde en/of voor het gildewezen in zijn algemeenheid als zodanig op voorstel van de overheid door de algemene vergadering zijn benoemd en geïnstalleerd. De verplichtingen als gewoon lid blijven onverminderd op hen rusten, mits de algemene vergadering anders besluit. 4. Ouderlingen zijn gewone leden, die op grond van hun leeftijd en gilde-ervaring als zodanig op voorstel van de overheid door de algemene vergadering zijn benoemd en geïnstalleerd. De verplichtingen als gewoon lid blijven onverminderd op hen rusten, mits de algemene vergadering anders besluit. 5. Aspiranten zijn natuurlijke personen, die door de algemene vergadering nog niet als gewoon lid zijn toegelaten 6. Jeugdleden zijn natuurlijke personen, die bij aanvang van het gildejaar de zestienjarige leeftijd nog niet hebben bereikt en door de overheid als zodanig zijn aangenomen. Hun rechten en verplichtingen zullen worden geregeld in de caert. 7. Waar in deze statuten wordt gesproken over leden, wordt daaronder verstaan de gewone leden, de ereleden en de ouderlingen, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk blijkt.

Artikel 7.

Om gewoon lid van het gilde te kunnen worden zal men moeten voldoen aan de navolgende vereisten: a. de zestienjarige leeftijd hebben bereikt; b. van het mannelijk geslacht zijn; c. over een onberispelijk gedrag beschikken; d. de christelijke geloofsovertuiging respecteren; Iemand die gewoon lid wenst te worden, moet daartoe een schriftelijk verzoek indienen bij de overheid. Vervolgens beraadslaagt de overheid over dit verzoek en wordt er met witte (voor) en bruine (tegen) bonen over de toelating gestemd. Is de kandidaat door de overheid geaccepteerd, dan kan het geaccepteerd, dan kan het geaccepteerde lid tot aan de eerstvolgende algemene vergadering aan alle activiteiten van het gilde deelnemen. De algemene vergadering kan het besluit van de overheid over de toelating of afwijzing vernietigen